Overslaan en naar de inhoud gaan

Van landelijke afspraken naar regionaal maatwerk: zo krijgt inclusief werkgeverschap bij Kersten Hulpmiddelen vorm

Landelijke werkgevers hebben vaak vestigingen in meerdere arbeidsmarktregio’s met verschillende werkwijzen en verschillende contactpersonen. Vanuit het Landelijk WSP Gemeenten brengen wij die werelden bij elkaar. Samen met landelijke werkgevers maken we afspraken over de samenwerking met gemeenten en arbeidsmarktregio’s en leggen we die vast in een landelijk arrangement. Zo hoeft een werkgever niet in iedere regio opnieuw het wiel uit te vinden, is de regio op de hoogte van de wensen van een werkgever en worden vaste contactpersonen benoemd. Zo ontstaat er een herkenbare basis voor samenwerking in het hele land.

Van landelijk naar regionaal 

Een arrangement krijgt pas echt waarde wanneer de afspraken ook regionaal tot leven komen. Daarvoor zijn mensen nodig die elkaar kennen, lokaal de organisatie begrijpen en samen kijken naar wat een kandidaat nodig heeft om duurzaam aan het werk te komen.

Kersten Hulpmiddelen is een mooi voorbeeld waarbij de landelijke en regionale samenwerking elkaar versterken. Vanuit Kersten Hulpmiddelen vervult Mieke Wijnen, manager Social Return, een belangrijke verbindende rol richting de diverse vestigingen. Vanuit het Landelijk WSP Gemeenten wordt de uitvoering vanuit gemeenten aangesloten. In de arbeidsmarktregio krijgt die samenwerking regionaal vorm. Bij de vestiging in Houten spraken we met Ron Westland, vestigingsmanager van Kersten Hulpmiddelen, en Vicky Scholten, accountmanager vanuit WerkgeversServicepunt Midden-Utrecht, vestiging Lekstroom (WIL), onderdeel van arbeidsmarktregio Midden-Utrecht.

Centraal staat: Hoe zorg je ervoor dat landelijke afspraken daadwerkelijk leiden tot kansen op de werkvloer? En wat maakt dat werkgever en arbeidsmarktregio elkaar ook weten te vinden wanneer een kandidaat net iets anders nodig heeft? Ron en Vicky vertellen hoe korte lijnen, openheid en maatwerk in de praktijk het verschil maken.

Eerst begrijpen hoe een organisatie werkt

Ron is vestigingsmanager bij Kersten Hulpmiddelen in Houten. Vanuit de vestiging wordt gewerkt voor verschillende onderdelen van de hulpmiddelenzorg. Kersten kiest er bewust voor om dicht bij klanten en het eigen werkgebied georganiseerd te zijn.

Die lokale aanwezigheid is ook belangrijk voor de instroom van medewerkers. Vicky onderhoudt vanuit WIL contacten met werkgevers in onder andere Houten. Ongeveer een jaar geleden kwamen Ron en Vicky met elkaar in contact. Sindsdien weten zij elkaar steeds makkelijker te vinden. Vacatures worden niet alleen via de reguliere kanalen uitgezet, maar ook voorgelegd aan de partijen in de regio Midden-Utrecht. Soms gaat het om een reguliere vacature, soms om een proefplaatsing, een werkervaringsplek of eerst een korte kennismaking met het werk.

Wat maakt dat die samenwerking zo makkelijk van de grond komt?

Voor Vicky begint dat bij korte lijnen en openheid. Ze hoeft niet te wachten tot alles volledig is uitgewerkt voordat ze Ron kan benaderen.

Vicky: Ik voel me vrij om gewoon te bellen: ik heb deze kandidaat, zou je eens kennis willen maken?

Ron herkent dat. Niet ieder gesprek hoeft direct tot een plaatsing te leiden. Eerst onderzoeken of iemand en de werkplek bij elkaar passen, levert vaak meer op.

Ron: We kunnen altijd in gesprek gaan. Dan zien we daarna wel wat er mogelijk is.

Die houding werkt twee kanten op. Vicky weet inmiddels steeds beter welke werkzaamheden en welke omgeving iemand binnen de vestiging kan verwachten. Ron weet op zijn beurt dat Vicky niet zomaar een cv doorstuurt, maar al heeft nagedacht over de mogelijke match.

Niet beginnen bij het cv, maar bij wat iemand kan

Inclusief werkgeverschap is bij Kersten niet beperkt tot één functie of afdeling. Binnen de organisatie werken kandidaten in verschillende functies, van de werkplaats en reiniging tot de binnendienst en adviseur.

Dat deze aanpak en korte lijnen ook daadwerkelijk tot duurzame banen kan leiden, blijkt uit verschillende succesvolle plaatsingen. Kandidaten die via deze werkwijze een kans kregen, zijn inmiddels regulier aan het werk in functies binnen onder andere de binnendienst, logistiek en reiniging. Zo laat de samenwerking zien dat klein beginnen, elkaar goed kennen en kansen bieden uiteindelijk kan leiden tot een duurzame plek op de arbeidsmarkt.

 

Volgens Ron draait het vervolgens niet om de vraag of iemand precies in een bestaande vacature past. De eerste vraag is: wat kan iemand en kunnen we daar binnen de organisatie passend werk bij vinden? Dat betekent niet dat alles altijd kan.

Ron, hoe kijk jij naar iemand die niet direct aan alle eisen van een functie voldoet?

Je kijkt naar wat er mogelijk is. Kan iemand bijvoorbeeld twee uur werken? Kunnen we dat hier inpassen? Maar het moet natuurlijk wel voor beide kanten werken. Iemand moet iets kunnen toevoegen en wij moeten als vestiging ook de begeleiding kunnen bieden die nodig is.

Opleidingsniveau of een volledig passend cv zegt daarbij lang niet alles. Ron kijkt tijdens een kennismaking vooral naar de persoon zelf.

Ron: Hoe staat iemand erbij? Wil iemand leren? Zie je die motivatie? Houding is heel belangrijk. Als iemand graag wil, kunnen we samen kijken hoe ver we komen.

Daar hoort soms ook een meeloopmoment bij. Een kandidaat kan een ochtend of middag ervaren wat het werk inhoudt voordat wordt besloten of een volgende stap logisch is. Dat voorkomt dat werkgever en kandidaat te snel in een traject stappen dat uiteindelijk niet passend blijkt.

Twee uur per dag kan óók een succesvolle match zijn

Dat maatwerk nodig is, zag Vicky bij een kandidaat met fysieke beperkingen. De kandidaat had een behoorlijke afstand tot de arbeidsmarkt en begon binnen Kersten Hulpmiddelen met het rustig opbouwen van uren. Al snel bleek dat de werkzaamheden fysiek zwaarder waren dan vooraf gedacht. Waar zo’n constatering bij een andere werkgever misschien het einde van het traject zou betekenen, werd hier een andere vraag gesteld: wat kan dan wel? Ron en zijn collega’s zagen de motivatie van de kandidaat en gingen samen met Vicky opnieuw kijken naar de mogelijkheden. Uiteindelijk bleek twee uur per dag werken wel passend. Voor Vicky laat dit precies zien wat nodig is voor een duurzame plaatsing.

Je moet naar de persoon blijven kijken. Soms zit er iets achter gedrag of achter wat iemand op dat moment wel of niet kan. Dan moet je het gesprek aangaan en onderzoeken of een kleine aanpassing mogelijk is. Dat kunnen andere werktijden zijn, minder uren of andere werkzaamheden.

Het uitgangspunt is dus niet koste wat kost iemand in een functie houden. De vraag is steeds of het werk duurzaam passend kan worden gemaakt.

Stabiliteit kan ruimte geven om verder te groeien

Ron heeft in de afgelopen jaren ook gezien dat mogelijkheden van mensen kunnen veranderen. Hij noemt het voorbeeld van een medewerker voor wie werken aanvankelijk allerminst vanzelfsprekend was. Door persoonlijke omstandigheden en een gebrek aan stabiliteit leek er op dat moment maar beperkt perspectief. Door eerst passend werk en structuur te bieden, ontstond langzaam ruimte om verder te groeien. Inmiddels voert deze medewerker complexere werkzaamheden uit en werkt hij onder andere met elektrische rolstoelen.

Voor Ron laat zo'n ontwikkeling zien waarom je niet alleen moet kijken naar wat iemand op het eerste moment kan.

Ron: Soms moet er eerst stabiliteit komen. Als iemand zijn leven steeds meer op de rit krijgt, zie je ineens dat er veel meer mogelijk wordt.

Dat vraagt geduld, maar ook collega’s die daarvoor openstaan. Volgens Ron zit de kracht van inclusief werkgeverschap daarom niet alleen bij een manager of een afdeling Social Return. Juist ook de mensen op de werkvloer en de binnendienst zijn bepalend voor het succes.

Je moet je medewerkers daarin meenemen. Zij werken iedere dag met iemand samen en zorgen ervoor dat iemand zich onderdeel van het team gaat voelen.

Eerlijk zijn als iets niet werkt

Maatwerk betekent volgens Ron en Vicky niet dat iedere plaatsing automatisch succesvol is. Juist wanneer iets niet goed loopt, is het belangrijk dat werkgever en regio elkaar snel weten te vinden.

Wat gebeurt er als een plaatsing dreigt vast te lopen?

Vicky: Dan moet je het benoemen. Als Ron iets ziet, hoor ik het. Soms schakel ik vervolgens direct de werkcoach in. Dan kunnen we snel met elkaar bespreken wat er aan de hand is.

Dat kan iets relatief kleins zijn. Iemand komt bijvoorbeeld structureel te laat doordat het openbaar vervoer niet aansluit. Of iemand is erg verlegen op de werkvloer en heeft een taalbarrière. In plaats van daar direct conclusies aan te verbinden, kijken de betrokkenen eerst naar de oorzaak en een mogelijke oplossing.

Die openheid geldt ook wanneer uiteindelijk blijkt dat een plek toch niet passend is.

Vicky: We zijn open en transparant naar elkaar. Ook als iets niet past of niet lekker loopt.

Ron vult aan dat Kersten veel zal doen om iemand binnen boord te houden, maar dat het gesprek ook eerlijk moet blijven. Als iets ondanks begeleiding en aanpassingen niet werkt, moet dat bespreekbaar zijn. Een mislukte match betekent daarmee niet automatisch dat het hele traject mislukt. Soms levert een werkervaring juist nieuwe informatie op over de omgeving, werkzaamheden of begeleiding die iemand nodig heeft.

Van landelijke ambitie naar regionaal handelen

Juist daarin wordt zichtbaar waarom de landelijke en regionale samenwerking elkaar nodig hebben. Binnen Kersten Hulpmiddelen wordt sociaal ondernemen vanuit de organisatie actief gestimuleerd. Ron en Vicky geven aan dat Mieke Wijnen daarbij een belangrijke rol speelt als manager Social Return. Zij verbindt locaties, kent de mogelijkheden rond wet- en regelgeving en houdt het onderwerp binnen de organisatie nadrukkelijk op de agenda.

Het landelijke arrangement zorgt vervolgens voor een gezamenlijk kader en een verbinding met de arbeidsmarktregio’s. Maar Vicky ziet ook dat zo’n landelijke afspraak alleen werkt wanneer daar regionaal daadwerkelijk iets mee wordt gedaan.

Het moet vanuit de organisatie gedragen worden. Je kunt landelijk afspraken maken, maar vervolgens heb je wel een vestigingsmanager nodig die ermee aan de slag wil. Bij Kersten gebeurt dat.

Die combinatie maakt de samenwerking sterk: landelijke afspraken zorgen ervoor dat niet iedere vestiging en iedere arbeidsmarktregio vanaf nul hoeft te beginnen. Tegelijkertijd blijft regionaal maatwerk mogelijk. Voor het Landelijk WSP Gemeenten is dat precies waar een arrangement voor bedoeld is: landelijke werkgevers en regio’s met elkaar verbinden en werkbare afspraken maken, zodat de uitvoering vervolgens zo dicht mogelijk bij werkgever en kandidaat kan plaatsvinden. Het Landelijk WSP Gemeenten blijft vervolgens op de achtergrond aanwezig. Mochten er aanpassingen nodig zijn of lopen zaken toch anders dan gedacht dan is er ook daar een vast aanspreekpunt.

“Acties spreken luider dan woorden”

Wat kunnen andere werkgevers leren van Kersten?

Ron hoeft daar niet lang over na te denken.

Ron: Sta achter wat je zegt. Je kunt van alles over sociaal ondernemen opschrijven, maar je moet het ook gewoon doen.

Soms vraagt dat om een aanpassing. Andere werktijden. Een hulpmiddel. Een rustigere werkplek. Extra begeleiding. Of een functie die net iets anders wordt ingericht dan oorspronkelijk bedacht. Dat hoeft volgens Ron niet meteen ingewikkeld te zijn. Wel moet een organisatie bereid zijn om met de kandidaat en met de eigen medewerkers in gesprek te gaan.

Vicky ziet bij werkgevers regelmatig dat de ambitie er op papier wel is, maar dat het spannender wordt zodra daadwerkelijk maatwerk nodig is. Bij Kersten ervaart ze dat anders.

Vicky: Acties spreken luider dan woorden. Hier wordt het door de organisatie gedragen en is er ruimte om te kijken wat iemand nodig heeft.

Dat betekent overigens niet dat op voorhand overal ‘ja’ op wordt gezegd. Ook het herkennen van een afdeling of werkomgeving die voor een bepaalde kandidaat juist niet geschikt is, hoort bij goed werkgeverschap. Vicky en Ron kunnen daar inmiddels open over sparren. En de kwaliteit van de match staat voorop!

Begin met een kop koffie

Tot slot vragen we Ron en Vicky wat een werkgever en arbeidsmarktregio moeten doen als zij morgen een vergelijkbare samenwerking willen starten.

Ga eerst samen koffie of thee drinken.

Leer elkaar kennen, verdiep je in de organisatie en zorg dat je begrijpt hoe het werk er werkelijk uitziet. Welke afdelingen zijn er? Wat vraagt een functie op papier en wat gebeurt er daadwerkelijk op de werkvloer? Waar is ruimte voor begeleiding? En bij wie moet je zijn als er iets speelt?

Vicky: Je moet de organisatie echt leren kennen. Als je weet hoe de verschillende onderdelen werken en elkaar makkelijk kunt bellen, ontstaat de rest vaak heel organisch.

Ron: Ga gewoon met elkaar in gesprek.

Daarmee vatten zij misschien wel de belangrijkste les van deze samenwerking samen. Een landelijk arrangement kan structuur bieden en verbinding organiseren. Regio’s kunnen kennis, kandidaten en ondersteuning bieden. Een werkgever kan werkplekken en mogelijkheden creëren.

Maar uiteindelijk begint duurzame samenwerking bij mensen die elkaar kennen, eerlijk met elkaar communiceren en bereid zijn samen te onderzoeken wat er wel kan.

Van landelijke afspraak naar regionale samenwerking en van regionale samenwerking naar een passende plek op de werkvloer. Daar krijgt inclusief werkgeverschap concreet vorm.