Ruimte voor maatwerk, behoefte aan samenhang
Landelijke afspraken hebben pas waarde als zij regionaal uitvoerbaar zijn. Tegelijkertijd wordt regionale werkgeversdienstverlening sterker wanneer zij goed aansluit op werkgevers die in meerdere delen van het land actief zijn. Voor werkgevers moet helder zijn waar zij terechtkunnen. Voor regio’s moet duidelijk zijn wie aanspreekbaar is op landelijke arrangementen, hoe afspraken worden vertaald naar de uitvoering en hoe signalen uit de praktijk terugkomen op de juiste tafels.
Dat betekent niet dat alle regionale verschillen moeten verdwijnen. Die verschillen zijn er, en ze hebben vaak een goede reden. Arbeidsmarktregio’s verschillen in economische structuur, beschikbare voorzieningen, bestuurlijke inrichting, doelgroepen en uitvoeringspraktijk. De Kamerbrief over de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur benoemt daarom ook ruimte voor regionaal maatwerk binnen landelijke kaders 2.
De opgave is daarom niet om alles overal hetzelfde te maken. De opgave is om eenduidigheid te organiseren waar dat werkgevers en uitvoering helpt, en maatwerk te behouden waar de regionale context daarom vraagt.
2. Ministerie van SZW. Kamerbrief Hervorming arbeidsmarktinfrastructuur, 29 april 2024. De Kamerbrief beschrijft de inrichting van het Werkcentrum als gezamenlijk regionaal loket voor werkzoekenden, werkenden en werkgevers.
De verbindende rol van het Landelijk WSP Gemeenten
Precies daar ligt de waarde van het Landelijk WSP Gemeenten: als verbindende schakel tussen landelijke werkgevers en regionale uitvoeringskracht. Landelijke werkgevers zoeken overzicht en continuïteit, met een gesprekspartner die hun vraag begrijpt. Regio’s hebben behoefte aan uitvoerbare afspraken die passen bij de lokale context en bijdragen aan duurzame plaatsingen. Het Landelijk WSP Gemeenten brengt die werelden bij elkaar.
In ons Jaarplan 2026 wordt deze rol nadrukkelijk verbonden aan de verdere ontwikkeling van het no-wrong-door-principe, regionaal en landelijk. Regionaal krijgt dit principe vorm via de Werkcentra in de 35 arbeidsmarktregio’s. Landelijk gaat het om de vraag hoe werkgevers eenduidig en passend worden geholpen, ongeacht of zij aankloppen bij het Landelijk WSP Gemeenten of het Landelijk WSP van UWV.
Voor het Landelijk WSP Gemeenten betekent dit dat we werkgevers helpen hun weg te vinden in de nieuwe structuur. Tegelijkertijd verbinden we landelijke afspraken met de regionale praktijk en werken we met partners aan samenhangende werkgeversdienstverlening 3.
Dat is geen abstracte rol, maar een opdracht die zichtbaar wordt in de praktijk. Landelijke arrangementen moeten daadwerkelijk landen in de regio en contactpersonen moeten weten wat er speelt. Signalen uit werkgeversgesprekken moeten vervolgens hun weg vinden naar beleid en uitvoering. Tegelijkertijd is inzicht nodig in welke regionale verschillen waarde toevoegen en waar zij werkgevers onnodig vertragen. Steeds staat daarbij dezelfde vraag centraal: werkt dit voor de werkgever, voor de regio én voor de kandidaat?
3. Landelijk WSP Gemeenten. Jaarplan 2026, maart 2026. Het jaarplan benoemt het no wrong door-principe als belangrijk uitgangspunt en positioneert het Landelijk WSP Gemeenten als partij die landelijke werkgevers helpt navigeren in de nieuwe structuur van regionale Werkcentra.
Wat betekent dit voor de inrichting van Werkcentra?
De ontwikkeling van Werkcentra biedt daarmee een kans om werkgeversdienstverlening opnieuw te doordenken. Niet alleen vanuit de vraag: hoe richten we het loket in? Maar vooral vanuit de vraag: hoe zorgen we dat werkgevers de dienstverlening als herkenbaar, toegankelijk en samenhangend ervaren?
Voor landelijke werkgevers betekent dit dat zij niet telkens opnieuw hoeven uit te zoeken hoe de dienstverlening per regio is georganiseerd. Voor arbeidsmarktregio’s betekent het dat zij kunnen voortbouwen op landelijke afspraken en contacten. Voor kandidaten vergroot het de kans dat mogelijkheden bij landelijke werkgevers worden benut, ook wanneer die niet vanzelf binnen één gemeente- of regiogrens ontstaan.
Daarvoor zijn bewuste ontwerpkeuzes nodig. Wie is in de regio aanspreekbaar op vragen van landelijke werkgevers? Hoe krijgen landelijke arrangementen een plek in de werkwijze van het Werkcentrum? Ook moet helder zijn wanneer professionals een vraag zelf oppakken en wanneer afstemming of opschaling nodig is. Wanneer deze vragen pas later worden gesteld, ontstaan gemakkelijk opnieuw losse schakels. Terwijl juist nu de mogelijkheid bestaat om de verbinding vanaf het begin goed in te bouwen.
Oproep: bouw de verbinding direct in
De oproep is daarom helder: neem landelijke werkgeversdienstverlening vanaf de start mee in het ontwerp van de regionale werkgeversdienstverlening. Niet als een aparte route naast het Werkcentrum, maar als onderdeel van een samenhangende dienstverlening aan werkgevers. Zo blijft er ruimte voor regionale beleidsvrijheid, terwijl werkgevers toch herkenbaarheid, continuïteit en eenvoud ervaren.
No wrong door vraagt om gedrag, maar ook om een inrichting die dat gedrag mogelijk maakt. De deur moet niet alleen openstaan; achter die deur moet ook duidelijk zijn wie samen zorgt voor het juiste vervolg.
Alleen dan voorkomen we dat landelijke afspraken en regionale uitvoering langs elkaar heen gaan lopen. En alleen dan maken we inclusief werkgeverschap toegankelijker en eenvoudiger voor de werkgevers die ermee aan de slag willen.
Want ook hier geldt: no wrong door begint niet bij een deur. Het begint bij de manier waarop we samen verantwoordelijkheid nemen.
Wacht niet tot de regionale inrichting is afgerond. Breng nu in beeld hoe landelijke werkgeversvragen, arrangementen en contacten een plek krijgen binnen het Werkcentrum. Maak duidelijke afspraken en bouw de verbinding vanaf het begin in. Zo voorkomen we samen dat landelijke afspraken en regionale uitvoering langs elkaar heen lopen.