Werkgeversdienstverlening
De Inspiratiegids Werkgeversdienstverlening biedt daarvoor een belangrijke richting. Brede werkgeversdienstverlening via het Werkcentrum wordt aangeboden volgens het no-wrong-door-principe. De behoefte van de werkgever staat daarbij centraal. Vanuit die behoefte wordt bekeken welke ondersteuning nodig is en welke organisatie die het beste kan bieden. Het Werkcentrum moet daarom niet voelen als een extra loket, maar als een herkenbare toegang tot passende dienstverlening.
Dat klinkt logisch. Maar vraagt in de praktijk veel.
No wrong door is namelijk meer dan een inrichtingsprincipe. Het is geen bordje op een gevel en ook geen procesplaat in een beleidsdocument. Uiteindelijk is no wrong door vooral gedrag. Het betekent dat niemand zegt: “daar zijn wij niet van”, zonder ervoor te zorgen dat de werkgever verder komt. Het betekent dat professionals niet alleen hun eigen aanbod kennen, maar ook weten wanneer een collega, partner of landelijke voorziening beter past. En het betekent dat de vraag van de werkgever leidend is, niet de route waarlangs die vraag toevallig binnenkomt.
COM-B-model
Om dat gedrag concreet te maken, helpt een eenvoudige veranderbril. Het COM-B-model laat zien dat mensen pas anders handelen als drie dingen samenkomen: kunnen, gelegenheid en motivatie 2.
Bij kunnen gaat het om duidelijkheid en vakmanschap. Professionals moeten weten wat hun eigen rol is, welke dienstverlening via het Werkcentrum wordt aangeboden en wanneer zij een vraag zelf oppakken of juist verbinden met een partner, een landelijk werkgeversservicepunt of een regionale collega. Dat vraagt overzicht: niet alleen van de eigen organisatie, maar ook van het bredere speelveld.
Bij gelegenheid gaat het om de randvoorwaarden die samenwerking mogelijk maken. Als werkprocessen onduidelijk zijn, mandaten ontbreken of niet helder is wie afspraken mag maken of tekenen, wordt samenwerken ingewikkeld. Dan kan de intentie om een werkgever goed verder te helpen er wel zijn, maar loopt de uitvoering vast. No wrong door vraagt daarom om afspraken die professionals in staat stellen om snel, zorgvuldig en over organisatiegrenzen heen te handelen. Denk aan heldere routes voor overdracht, zichtbaarheid van landelijke arrangementen in de regionale werkwijze en een aanspreekpunt in de regio voor landelijke werkgeversvragen.
Bij motivatie gaat het om de gezamenlijke bedoeling. Voelen betrokken partijen zich samen verantwoordelijk voor goede werkgeversdienstverlening? Is er vertrouwen om verder te kijken dan de eigen organisatie? En durven we het perspectief van de werkgever echt leidend te maken, ook als dat betekent dat een andere partij beter aan zet is? Juist in een veranderperiode is dat essentieel. Hoe meer aandacht er intern nodig is voor nieuwe structuren, hoe bewuster we de buitenwereld moeten blijven opzoeken.
2. Michie, S., Van Stralen, M. M. & West, R. (2011). The behaviour change wheel: A new method for characterising and designing behaviour change interventions. Implementation Science, 6, 42. Het COM-B-model stelt dat gedrag wordt beïnvloed door capability, opportunity en motivation.
Wat vraagt dat van professionals?
Zo wordt no wrong door meer dan een ambitie op papier. Het wordt gedrag dat professionals in elk contact met een werkgever kunnen laten zien: weten wat nodig is, de ruimte hebben om te handelen en gemotiveerd zijn om samen voor het juiste vervolg te zorgen.
Daarbij helpt het om klein en praktisch te blijven. Een gezamenlijke ambitie is belangrijk, maar werkgevers merken vooral wat er in het contact gebeurt. Worden ze teruggebeld? Begrijpt iemand hun vraag? Wordt er meegedacht vanuit hun bedrijfspraktijk? Is duidelijk wat wel en niet kan? Worden zij warm overgedragen als een andere partij beter kan helpen? En blijft iemand betrokken als het ingewikkeld wordt?
Uiteindelijk wordt no wrong door niet bewezen op papier, maar in die momenten.
Deze zomer is daarom een goed moment voor reflectie. Terwijl in regio’s wordt gebouwd aan Werkcentra, regionale beraden, uitvoeringsagenda’s en nieuwe samenwerkingsvormen, is het belangrijk om de blik naar buiten te houden. Naar werkgevers die mensen zoeken. Naar kandidaten die een kans verdienen. En naar professionals die dagelijks proberen de brug te slaan tussen beleid en praktijk.
Het nieuwe huis is in aanbouw. Dat vraagt aandacht, zorgvuldigheid en duidelijke afspraken. Maar laten we ondertussen blijven doen waarvoor dat huis bedoeld is: deuren openen naar werk. Niet omdat de structuur perfect is, maar omdat we samen verantwoordelijkheid nemen voor het juiste vervolg. Want no wrong door begint niet bij een deur. Het begint bij ons gedrag.
Maar gedrag kan alleen tot zijn recht komen als de inrichting dat ondersteunt. In het tweede deel van dit tweeluik kijken we daarom naar de organisatorische kant van no wrong door. Hoe zorgen we ervoor dat landelijke werkgeversdienstverlening vanaf het begin wordt verbonden met de regionale inrichting van de Werkcentra? En hoe voorkomen we dat landelijke afspraken en regionale uitvoering los van elkaar komen te staan?